Dagen zonder doel

Dagen zonder doel,
dagen van verveling,
van leegte,
van doodsheid,
van dorheid,
van nutteloosheid –
ze overkomen me vaak…

Het zijn dagen dat ik vrij ben van betaald werk, dagen waarop mijn lichaam vrij is van fysieke inspanning maar mijn geest draait overuren….dagen met een zee aan vrije tijd waar ik vaak geen raad mee weet.

Ik zit die dagen vaak alleen maar uit, ik zit de tijd uit. Ik dood de tijd met het lezen van een boek dat niet echt boeit of ik zap langs tv-kanalen die allemaal dezelfde oppervlakkigheid vertonen, vaak gecombineerd met een verbijsterende hoeveelheid reclame.
En buiten regent het vaak of is het koud, waardoor een wandeling met de hond of een andere buitenactiviteit geen optie is.


Dit zijn dagen die nooit echt tot hun doel komen maar die eindigen zoals ze zijn begonnen: zonder nut. Dagen waarvan je blij bent dat ze eindigen en je naar bed kunt om alles te vergeten in de slaap.


Ik moet iets verzinnen om deze dagen nut te geven, maar ik weet niet wat. Want zelfs bloggen lukt dan vaak niet, ik krijg geen zin fatsoenlijk op papier. Vrijwilligerswerk gaan doen misschien? Maar dat zorgt voor prikkels en vermoeidheid naderhand – vermoeidheid die vaak doorwerkt op de dagen met betaald werk.

Pilletje tegen praten

Ik ben sinds een paar weken aan de Dexamfetamine. Een pilletje dat bedoeld is tegen de drukte in mijn hoofd en – als gevolg daarvan – het hardop tegen mezelf praten als ik alleen ben.
Of als ik dénk dat ik alleen ben en daarin zit dus een belangrijk deel van mijn probleem: soms staat er onverwacht iemand naast of achter me terwijl ik tegen mezelf praat en dan schaam ik me. Want wat zal die persoon niet van mij denken? Die ziet mij vast als een zonderling, een vreemd iemand. Ik geneer me dan ook enorm op zo’n moment.
Mijn autisme-psycholoog vind dat ik me nergens voor hoef te schamen, dat dit ‘gewoon’ bij mij hoort maar mijn geest wil hier niet aan en blíjft zich schamen. Vandaar dus dit pilletje.

Dexamfetamine is een broertje van Ritalin. Beide medicijnen zijn bedoeld om de concentratie te vergroten, het gefocust zijn op de taak waar je in een gegeven moment mee bezig bent. Met in mijn geval de hoopvolle verwachting dat deze concentratie mijn geest rustiger maakt en dientengevolge het hardop praten minder.

Ik ben gestart met Ritalin, maar er veranderde weinig tot niets. Na overleg met mijn behandelaar is de beslissing genomen om over te stappen op Dexamfetamine. Maar ik merk tot nu toe ook met dit pilletje geen verandering.

Jammer, ik heb eerder al eens een antipsychoticum gekregen van mijn behandelaar voor dit probleem, maar dat vond ik een te zwaar medicijn. Er zitten gezondheidsrisico’s aan dit soort middelen en ik wil graag gezond ouder worden…

Als Dexamfetamine definitief niks is, probeer ik misschien nog een rustgevend pilletje van het Kruidvat, Valdispert of zoiets. Kijken of dát iets doet. En anders blijft het bij mijn dagelijkse dosis Efexor (een anti-depressivum) en Buspiron (een angstremmer). En hobbel ik op die manier door naar de eindstreep, hardop pratend in mezelf… 🙂 😦

Burenruzie

Een echtpaar van in de veertig. Man werkloos, ontevreden, een type met een erg kort lontje die van kleine dingen al over de rooie kan gaan: een verkeerde opmerking van zijn vrouw, een zoekgeraakte aansteker, een buurman die hem aanspreekt over harde muziek. Begint dan al gauw te schreeuwen en te schelden en smijt dingen door het huis. Zijn vrouw is psychisch kwetsbaar en werkt in deeltijd. Thuis staat ze midden in de turbulentie van het geschreeuw en gescheld van manlief en probeert dan te sussen, te bemiddelen als het moet, maar meestal zonder succes.

En wij zijn de buren, mijn vrouw en ik. Een man met autisme en een vrouw met schizofrenie en een rugzakje vol vervelende herinneringen aan vroeger. Allebei overgevoelig voor geluid – klussende buurtbewoners, herrie op straat, geschreeuw bij de buren…..
Deze huizen zijn gehorig, de muren dun. Ja, we maken alles mee onze kant van de muur: de woede-uitbarstingen, de muziek die buurman soms veel te hard draait, de tv op hoog volume, gebonk tegen de muur.

Gisteravond rond half elf: we lagen al een tijdje in bed toen mijn vrouw me wakker maakte. Ze kon niet slapen vanwege de geluiden die vanuit de naastgelegen woonkamer van de buren kwamen. Ze hadden muziek opstaan en zongen zelf enthousiast mee met de liedjes. Ik sliep erdoorheen dankzij Ohropax oordopjes, mijn vrouw kon er niet van slapen.
Ze was de aanhoudende overlast spuugzat en wilde de politie bellen, maar besloot om eerst op de muur te bonken in een poging de herrie te stoppen.
Dit bleek een foute beslissing te zijn want voor buurman was dit een lont in het kruitvat. Hij zette ‘It’s my life’ van Bon Jovi op, keihard, als een niet mis te verstaan antwoord op ons klopsignaal: bemoei je met je eigen zaken, ik doe wat ik zelf wil.

We gingen uit bed. Vrouw belde de politie die beloofde langs te komen, terwijl de muziek onverminderd hard doorstampte. Ik trok mijn ochtendjas aan, haalde de deur van het nachtslot, ging naar buiten en belde bij ze aan. Zij deed open, ik deed mijn beklag en vertelde ook dat de politie was gebeld. Hij wilde erbij komen, maar zijn vrouw hield hem tegen. Hij was enorm opgefokt, schold me uit voor kankermongool, wilde me bijna te lijf gaan. Buurvrouw sloot haastig de deur, ik ging terug, mijn vrouw belde opnieuw de politie.

Toen de sterke arm arriveerde was alles donker en stil bij de buren. De politie vertrok weer, min of meer onverrichter zake, maar beloofde wel onze melding op te slaan in hun systeem. Voor de volgende keer…..

En wij bleven zitten met de stress en, in mijn geval, met een schuldgevoel over de aanpak van dit incident: dat op de muur bonken was achteraf gezien niet zo verstandig, daarmee lok je agressie uit. Ik had beter eerst aan kunnen bellen bij hen. Maar ja, dat is wijsheid achteraf….

Verhalen

Natte sneeuw buiten.
Kou binnen, in mijn lijf.
Geen stress, da’s dan weer meegenomen.

Wel altijd die stoorzender in mijn hoofd die met allerlei verhalen komt, verzonnen verhalen meestal – een deel van mijn zelf dat ‘iets anders’ wil, een ander leven, meer aanzien, verblijven in een warm land, levensvervulling, respect van anderen – wat dan ook.
Tegen die stoorzender helpt geen pilletje-van-de-dokter, weet ik inmiddels uit ervaring. Het zit te diep.

Ik ben wat die verhalen betreft alles en iedereen al geweest: Frodo de Hobbit, een nobele vorst, een sportheld, premier van Nederland, president van Amerika, verlosser van armen en misdeelden, vredestichter, succesvol schrijver, gevierd musicus, vrouwenversierder, alleen op een onbewoond eiland…..

Maar al die schijngestalten ben ik in de echte wereld niet en zal ik waarschijnlijk ook nooit worden. Maar toch blijven ze komen, die verhalen. En ik geef eraan toe. En ik denk dat ik zonder die verhalen in de echte wereld misschien niet of minder goed zou kunnen functioneren. Want ‘escapisme’ of ‘dagdromen’ of hoe je het ook wilt noemen, zorgt voor een stukje ontspanning, een kanaal waarlangs een deel van de opgebouwde spanning van het leven van alledag kan wegvloeien. Even de blik naar binnen gericht in plaats van naar buiten. Even weg. Even loslaten.

Tegenop zien

Er is altijd wel iets waar ik tegenop zie:

  • op familiebezoek gaan
  • familie op bezoek krijgen
  • ‘vreemden’ op bezoek krijgen
  • naar de dokter, naar de tandarts, naar de psycholoog
  • iets ‘leuks’ doen met mijn vrouw
  • interactie op het werk, smalltalk met collega’s in de pauze
  • buurtbewoners tegen het lijf lopen buiten op straat en dan iets ‘moeten’ zeggen

Het heeft allemaal te maken met met mijn geremdheid, mijn autisme, mijn gevoelens van onzekerheid over mezelf, het altijd dicht onder de oppervlakte sluimerende gevoel van minderwaardigheid en daaraan gekoppeld de angst dit weerspiegeld te zien in de ogen van anderen, de angst om afgewezen te worden en geminacht te worden, niet serieus genomen te worden. De angst om fouten te maken, om voor schut te staan.
Het zijn voor een belangrijk deel relicten uit mijn jeugd en dan met name uit de puberteit. Een zekere mensenschuwheid en mensenangst kleeft mij sinds die tijd aan als een tweede huid.

Ja, ik heb altijd moeite met communicatie, met luisteren naar een ander en alles wat daarbij komt kijken – belangstelling tonen, op de juiste wijze reageren op wat de ander zegt, op de juiste toon, met de juiste oogopslag. Aankijken, niet wegkijken. Aankijken, niet staren. Niet naar de grond kijken, niet naar de borsten kijken als het een vrouw is.

En telkens die onzekerheid: zeg ik het wel goed? Reageer ik niet verkeerd? De ander aftastend, peilend of uit zijn weerwoord en/of lichaamstaal iets blijkt van afkeuring, van negativiteit als gevolg van mijn houding en communicatie. Opgelucht als het gesprek ten einde loopt en ik het er niet al te slecht vanaf heb gebracht. Maar altijd onzeker hierover naderhand….

Iemand begroeten aan het begin en afscheid nemen aan het eind van de ontmoeting is een verhaal apart. Wat zeg je tegen iemand? Is mijn rechterhand schoon en droog als ik een hand schud? En hoe neem je naderhand afscheid: geef je dan opnieuw een hand of hoeft dat niet? En zeg je alleen ‘Tot ziens’ of is dat te kaal? Allemaal vragen, weinig antwoorden. En weinig verandering.