Dagen zonder doel

Dagen zonder doel,
dagen van verveling,
van leegte,
van doodsheid,
van dorheid,
van nutteloosheid –
ze overkomen me vaak…

Het zijn dagen dat ik vrij ben van betaald werk, dagen waarop mijn lichaam vrij is van fysieke inspanning maar mijn geest draait overuren….dagen met een zee aan vrije tijd waar ik vaak geen raad mee weet.

Ik zit die dagen vaak alleen maar uit, ik zit de tijd uit. Ik dood de tijd met het lezen van een boek dat niet echt boeit of ik zap langs tv-kanalen die allemaal dezelfde oppervlakkigheid vertonen, vaak gecombineerd met een verbijsterende hoeveelheid reclame.
En buiten regent het vaak of is het koud, waardoor een wandeling met de hond of een andere buitenactiviteit geen optie is.


Dit zijn dagen die nooit echt tot hun doel komen maar die eindigen zoals ze zijn begonnen: zonder nut. Dagen waarvan je blij bent dat ze eindigen en je naar bed kunt om alles te vergeten in de slaap.


Ik moet iets verzinnen om deze dagen nut te geven, maar ik weet niet wat. Want zelfs bloggen lukt dan vaak niet, ik krijg geen zin fatsoenlijk op papier. Vrijwilligerswerk gaan doen misschien? Maar dat zorgt voor prikkels en vermoeidheid naderhand – vermoeidheid die vaak doorwerkt op de dagen met betaald werk.

De buurman weer

Marco Borsato, Whitney Houston en nog een keur aan andere artiesten met een focus op de Eighties en Ninethies passeerden luid en duidelijk de revue bij onze buurman gistermiddag en -avond.

Het was weer bal. Buurman moest zich uitleven, uit zijn dak gaan met hard gedraaide muziek die door hem nóg harder werd meegebruld. Dat er buren aan de andere kant van de muur wonen die van rust houden, deerde blijkbaar niet…

Het evenement was al bezig toen mijn vrouw om drie uur thuiskwam. Toen ik rond kwart voor vijf arriveerde uit mijn werk stond de muziek even zachter, om daarna weer opgeschroefd te worden tot een zenuwslopend, asociaal hard niveau. En dit patroon bleef zich herhalen tot de klok van zeven.

Toen zat mijn vrouw er helemaal doorheen en belde de politie. Maar die was niet in de gelegenheid om te komen, ze waren te druk met iets anders. Onze melding van geluidsoverlast werd opgeslagen in het systeem met het advies om de volgende keer geen vier uur te wachten maar eerder te bellen. En daarmee moesten we het doen.

Gelukkig bleef het daarna stil bij de buren. Om acht uur ging mijn vrouw naar bed, ze was het helemaal zat. Ik keek via Uitzending Gemist aflevering 4 van de Radical Story of Patty Hearst af en volgde haar daarna.

.

Tegenop zien

Er is altijd wel iets waar ik tegenop zie:

  • op familiebezoek gaan
  • familie op bezoek krijgen
  • ‘vreemden’ op bezoek krijgen
  • naar de dokter, naar de tandarts, naar de psycholoog
  • iets ‘leuks’ doen met mijn vrouw
  • interactie op het werk, smalltalk met collega’s in de pauze
  • buurtbewoners tegen het lijf lopen buiten op straat en dan iets ‘moeten’ zeggen

Het heeft allemaal te maken met met mijn geremdheid, mijn autisme, mijn gevoelens van onzekerheid over mezelf, het altijd dicht onder de oppervlakte sluimerende gevoel van minderwaardigheid en daaraan gekoppeld de angst dit weerspiegeld te zien in de ogen van anderen, de angst om afgewezen te worden en geminacht te worden, niet serieus genomen te worden. De angst om fouten te maken, om voor schut te staan.
Het zijn voor een belangrijk deel relicten uit mijn jeugd en dan met name uit de puberteit. Een zekere mensenschuwheid en mensenangst kleeft mij sinds die tijd aan als een tweede huid.

Ja, ik heb altijd moeite met communicatie, met luisteren naar een ander en alles wat daarbij komt kijken – belangstelling tonen, op de juiste wijze reageren op wat de ander zegt, op de juiste toon, met de juiste oogopslag. Aankijken, niet wegkijken. Aankijken, niet staren. Niet naar de grond kijken, niet naar de borsten kijken als het een vrouw is.

En telkens die onzekerheid: zeg ik het wel goed? Reageer ik niet verkeerd? De ander aftastend, peilend of uit zijn weerwoord en/of lichaamstaal iets blijkt van afkeuring, van negativiteit als gevolg van mijn houding en communicatie. Opgelucht als het gesprek ten einde loopt en ik het er niet al te slecht vanaf heb gebracht. Maar altijd onzeker hierover naderhand….

Iemand begroeten aan het begin en afscheid nemen aan het eind van de ontmoeting is een verhaal apart. Wat zeg je tegen iemand? Is mijn rechterhand schoon en droog als ik een hand schud? En hoe neem je naderhand afscheid: geef je dan opnieuw een hand of hoeft dat niet? En zeg je alleen ‘Tot ziens’ of is dat te kaal? Allemaal vragen, weinig antwoorden. En weinig verandering.